dinsdag, mei 5th, 2026 | Geplaatst in: blog, reeks waterstaat hg |
Reacties uitgeschakeld voor 1852: EEN NIEUWE DIJK IN HARDINXVELD
Dick de Jong uit: reeks over de waterstaat in Hardinxveld-Giessendam
In 1852 werd in het westelijk deel van Hardinxveld een nieuwe dijk aangelegd. Deze liep van waar nu de kruising van deze straat met de Talmastraat is (ongeveer 300 m boven dijkpaal 39) tot aan een keersluis ter hoogte van Restaurant Kampanje (dijkpaal 43 in Buitendams). De dijk kwam dus geheel op Hardinxvelds grondgebied te liggen. De keer-sluis was nodig om de Giessen bevaarbaar te houden voor de scheepvaart. In de volks-mond heette deze dijk ‘het dijksie’. Deze dijk moest het centrum van het dorp beveiligen tegen hoge vloeden. Dit gebeurde door bij hoog water de keersluis tussen Buitendams en de Peulen te sluiten. De reden van de aanleg van deze nieuwe dijk moet worden gezocht in de noodzaak tot het verhogen van de rivierdijken. Dit zou voor de bewoners van de centra van Hardinx-veld en van Giessendam grote gevolgen hebben. Bij veel regenval zou het water vanaf de verhoogde dijk de daaraan gebouwde woningen en winkels instromen. Ook moesten de stoepen ter plaatse verdwijnen en alle toegangsdeuren zouden moeten worden ver-hoogd. Dat zou heel veel trammelant geven.
Kaart van rond 1900. De nieuwe dijk loopt in het midden van rechts (de Peulenstraat) naar Links (de keersluis).
De keersluis, met op de voorgrond het zwembad. Ter hoogte van dit zwembad ligt nu de Hagibrug. Foto dateert van rond 1910.
Een door de burgerij ingestelde Commissie van Belanghebbenden ging op zoek naar een alternatief. Samen met een Commissie van Voorvallende Zaken vanuit het Hoogheemraadschap kwam men op het idee van de aanleg van een extra dijk. Daarmee werd voorkomen dat de oude bestaande dijk een probleemgebied werd, want verhoging daarvan kon achterwege blijven. Die aanleg gebeurde door en voor rekening van het Hoogheemraadschap. De aanwonende belanghebbenden moesten als tegenprestatie wel de gronden waar de nieuwe dijk kwam te lopen alsmede de hiervoor benodigde grondmaterialen kosteloos ter beschikking stellen. Daarnaast dienden zij gezamenlijk gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks een bedrag van 3.850 gulden betalen voor de aanleg en het onderhoud van de achter Buitendams te maken keersluis.
De functie van deze nieuwe dijk kwam in 1940 te vervallen nadat in de oorlogsjaren rijks-weg 15 (nu A15) werd aangelegd en in dat jaar opengesteld voor het verkeer. Deze snel-weg liep over een nieuw aangelegde dijk die het hele Peulengebied afsloot van de rivier de Merwede en dus ook hoge watervloeden tegenhield. In de rijksweg werd een sluis aangelegd zodat schepen de Giessen op konden varen. In 1948 werd het eerste stuk van de dijk afgegraven om de grond elders te gebruiken. In 1953 is de rest van de dijk afgegraven en is de vrijkomende grond gebruikt om de bij de watersnood ontstane gaten in de dijk in Sliedrecht en Papendrecht te dichten. Wat niet nodig was bleef als een grote hoop grond ter plaatse achter en werd decennia later ver-plaatst naar de rotonde tegen Sliedrecht.
dinsdag, mei 5th, 2026 | Geplaatst in: blog, reeks waterstaat hg |
Reacties uitgeschakeld voor Dijkdoorbraken en wielen
Dick de Jong uit: reeks over de waterstaat in Hardinxveld-Giessendam
Tenminste 33 keer heeft de Alblasserwaard te lijden gehad van een overstroming. Vele malen meer was er sprake van een dreigende watersnood, maar had de bevolking geluk en hield de dijk het water tegen. De laatste keer dat deze dreiging echt serieus bleek, was in 1995. Alle inwoners van Boven-Hardinxveld moesten toen worden geëvacueerd. De aanleiding was een heel hoge rivierwaterstand door een grote hoeveelheid smeltwater, dat als opperwater onder andere bij de Avelingen tegen de Nieuwe Wolpherensedijk bonkte.
Militairen brengen een ijsdam tot ontploffing
Op deze tekening van het Biesboschgebied zijn zalmsteken ingetekend, waaruit blijkt hoe groot die konden
Een overstroming had vaak ook een andere oorzaak, die het dorp door de ligging aan de Merwede tot risicofactor maakte. Zo konden zware stormen het water hoog opstuwen. Op die manier ontstond in 1385 de Wiel achter de Peulenstraat. Het water werd door een zuidwesterstorm in de hoek tussen Buitendams en de Peulenstraat geblazen, kon niet meer weg en veroorzaakte een dijkdoorbraak.
Andere veel vaker voorkomende oorzaken waren ijsdammen. Het smeltwater uit de Alpen voerde zand en grond mee, maar ook takken, stukken hout en meer ongerief. De rivier langs Hardinxveld was al eeuwen de werkplek van riviervissers uit dat dorp. Ze bevoeren de rivier van Woudrichem tot Hellevoetsluis. Talloze mannen uit vooral Boven-Hardinxveld trokken er voor een goede vangst op uit. En daarbij werd van alles bedacht om de vis te vangen. Een van de manieren was het neerzetten van zalmsteken. Vanaf de zijkant tot bijna het midden van de rivier werd een van wilgenhout gebreid hord neergezet. Haaks op de stroming.
Tekening waarop het Kromme Gat te zien is, evenals e in de rivier ontstane zandbanken.
Aan dat hord werden zijhorden geplaatst en daaraan hing men fuiken. De vissen die de rivier opzwommen werden gehinderd door de steek en begonnen erlangs te zwemmen om erom heen te komen. Uiteindelijk kwamen ze dan veelal terecht in een van de fuiken. Na enkele jaren waren de steken versleten en maakte men nieuwe. Restanten van de oude bleven in de rivierbodem staan. Daarachter hoopten zich de aanstromende sedimenten op en zo vormden zich door steeds meer aangevoerd zand en grind zandbanken. Weer daarachter stapelde de takken en stukken hout zich op. En als dan met de dooi ijsschotsen met het water werden meegevoerd, bleven die daarachter hangen. Dat konden ijsdammen worden van grote breedte en hoogte. De schotsen kwamen tegen en op elkaar te liggen en er was dan sprake van kruiend ijs. De daardoor ontstane dammen konden op hun beurt de doorstroming van het rivierwater naar de zee in de weg staan, waardoor het dijklichaam in de buurt de druk niet langer aankon en het begaf.
Op elkaar geschoven ijsschotsen vormen een ijsdam.
Wiel in Boven-Hardinxveld.
Tenslotte moet hier nog de oorzaak van door mensen uitgevoerde inundatie worden genoemd. Uit oogpunt van verdediging of juist oorlogvoering werden er in tijden van oorlog of anderszins nogal eens dijken doelbewust doorgestoken, om zo de vijand te verjagen. Bij een dijkdoorbraak ontstaat vaak een wiel. Het water loopt met grote kracht over en door de dijk en voert hiermee een grote hoeveelheid modder, zand en grind mee naar het binnengebied. Dat kolkt door het ontstane gat naar beneden waarbij een diepe put ontstaat, een wiel. De wielen in Boven-Hardinxveld zijn op die manier ontstaan, in de 17e en de 18e eeuw. De meesten wielen konden worden binnen gedijkt, waarbij er op de plek van de oude dijk een nieuwe dijk werd aangelegd. Bij Het Kromme Gat was dat niet mogelijk en dijkte men de Wiel buiten
maandag, april 20th, 2026 | Geplaatst in: blog, reeks waterstaat hg |
Reacties uitgeschakeld voor DE AFWATERING VAN HARDINXVELD EN GIESSENDAM
Dick de Jong uit: reeks over de waterstaat in Hardinxveld-Giessendam
OVERTOLLIG WATER Al direct na de ontginning van de Alblasserwaard kreeg de afvoer van overtollig water aandacht. Dat gold niet minder voor de aan de Merwede gelegen dijkdorpen Hardinxveld en Giessendam, Dat moest wel, want de in cultuur gebrachte grond moest ‘rendabel’ worden. Het zware werk van de ontginning was uitgevoerd om op die plek voedsel te kunnen verbouwen. Het water dat weg moest kwam van drie ‘kanten’. Enerzijds als regenwater, anderzijds als grondwater door de dalende veenbodem en ten derde door overstromingen van de dijken rond het gebied.
WATERSTAND Binnen de polders groeven de pioniers van eertijds tussen de kavels sloten en binnen de kavels kwamen greppels. Die waren erop gericht het water van ‘binnen’ naar ‘buiten’ te verplaatsen. Door hierbij hoogte-verschillen te benutten liep het water naar een bepaalde kant. Doordat het waterpeil in de rivieren die de Alblasserwaard omringen steeds hoger kwam te staan, ontstonden er moeilijkheden en was een natuurlijk verloop van het water veelal niet – meer – mogelijk. Ook in die tijd speelde al een klimaatprobleem. Bovendien was er van 1130 tot half 14e eeuw sprake van regelmatig binnenstromend zeewater in de kustgebieden. Dit was er medeoorzaak van dat de afwatering rond 1365 van zowel de Alblas als de Giessen naar Kinderdijk werd verplaatst.
MOLENS IN DE PEULEN Daarnaast werden voor de gebieden die op de Giessen afwaterden in 1570 in Hardinxveld vijf boezemmolens gebouwd. Deze molens stonden rond de plek waar nu De Bron is gevestigd. Het gaat hierbij om een bergboezem, waar het af te voeren water tijdelijk werd opgeslagen en als het waterpeil in de rivier hiervoor een gunstige hoogte had alsnog kon worden geloosd. Hiervoor werden stukken land met rondom kades gemaakt waar het te eniger tijd af te voeren water tijdelijk kon worden ‘geborgen’. Ook werd een molenvliet aangelegd, tussen ‘de hoogendijk’ (nabij Steenenhoek) en de Sliedrechtse hoek, waardoor de vliet het hele Peulengebied omvatte.
Middeleeuwse molen
OORLOG EN GEZAG Op dat moment had ons land te kampen met de Tachtigjarige Oorlog. Uit de bij de bouw van de molens voorafgaande verklaringen door schout en schepenen van Hardinxveld blijkt dat ook, want er wordt gesproken van ‘in ’t begin der Nederlandse beroerten’. Men had in die tijd nadrukkelijk last van oorlogsvoeringen en doortrekkende legereenheden. Twee jaar later, in 1572, werd het klooster in Brandwijk in brand geschoten. Hier komt nog bij dat de gezaghebbende heren van Hardinxveld wat moeite hadden met de molens op hun terrein, omdat dit ongewild toch kosten met zich meebracht.
Kaart van de omgeving van de vijf molens in Hardinxveld (1570-1580).
HET WERKTE NIET Al gauw bleek dat het geheel niet naar behoren functioneerde. Het rivierwater was telkens te hoog om een goede lozing te kunnen realiseren. De met grote regelmaat ontstane zandplaten in de rivier speelde hierbij ook een rol in negatieve zin, omdat daardoor de stroming van naar zee teruglopend water werd belemmerd. Daarom werd al tien jaar na de bouw, in 1580, besloten tot verkoop van de molens. Ze werden uiteindelijk gesloopt en de gronden waar de boezems waren gelegen werden in aansluiting op de directe omgeving percelen griendland.
OVERWAARD Het valt hierbij op dat het gaat om de afwatering van de gebieden rondom de Giessen. Feitelijk grofweg dus de Overwaard. De thans in voorbereiding zijnde nieuwe uitwatering van dit Overwaardgebied is weer gepland in Hardinxveld, waar naast het mr. dr. G. Kolffgemaal een nieuw gemaal gaat komen, dat onafhankelijk van de buitenwaterstand zal kunnen lozen. De gedachte om vanuit Gorcum een afwateringskanaal te graven wordt al in 1461 genoemd. Het werd uiteindelijk in 1818 gerealiseerd.
De wetering in Neder-Hardinxveld.
Scheprad van de Tiendwegmolen.
POLDERS Dat Hardinxveld en Giessendam van oudsher uit poldergebieden bestaan is bekend. Het water werd via greppels en sloten afgevoerd naar molenvlieten, die het water naar elders brachten. Voor Boven-Hardinxveld was er de Molenvliet die net ten oosten van het Kanaal van Steenenhoek noordwaarts liep en waar van alle kanten via sloten het water in terechtkwam. In het westelijke deel van de nieuwbouw in Boven-Hardinxveld zijn hiervan nog meerdere restanten te zien. De afwatering van de pol-der Neder-Hardinxveld verliep via de sloten ook naar diezelfde Spindermolen. De vele op de Parallelweg aanwezige brugjes zijn hier nog stille getuigen van.
GIESSENDAM Giessendam waterde buitendijks af op de Giessen en op een uitloper daarvan, die eindigt in de Karnemelksloot. Dit zijn nog overgebleven restanten van de oorspronkelijke rivierdelta. Voor het binnendijks lopende gedeelte van Giessendam heeft de Tiendwegmolen een belangrijke taak. Vandaar wordt het water via een molenvliet doorgevoerd naar Bleskensgraaf om vervolgens in Kinderdijk op de rivier te worden geloosd.
Illustraties Archief Dick de Jong Hedendaagse foto’s Evert van Lopik