Dick de Jong
uit: reeks over de waterstaat in Hardinxveld-Giessendam
OVERTOLLIG WATER
Al direct na de ontginning van de Alblasserwaard kreeg de afvoer van overtollig water aandacht. Dat gold niet minder voor de aan de Merwede gelegen dijkdorpen Hardinxveld en Giessendam, Dat moest wel, want de in cultuur gebrachte grond moest ‘rendabel’ worden. Het zware werk van de ontginning was uitgevoerd om op die plek voedsel te kunnen verbouwen. Het water dat weg moest kwam van drie ‘kanten’. Enerzijds als regenwater, anderzijds als grondwater door de dalende veenbodem en ten derde door overstromingen van de dijken rond het gebied.
WATERSTAND
Binnen de polders groeven de pioniers van eertijds tussen de kavels sloten en binnen de kavels kwamen greppels. Die waren erop gericht het water van ‘binnen’ naar ‘buiten’ te verplaatsen.
Door hierbij hoogte-verschillen te benutten liep het water naar een bepaalde kant.
Doordat het waterpeil in de rivieren die de Alblasserwaard omringen steeds hoger kwam te staan, ontstonden er moeilijkheden en was een natuurlijk verloop van het water veelal niet – meer – mogelijk. Ook in die tijd speelde al een klimaatprobleem. Bovendien was er van 1130 tot half 14e eeuw sprake van regelmatig binnenstromend zeewater in de kustgebieden. Dit was er medeoorzaak van dat de afwatering rond 1365 van zowel de Alblas als de Giessen naar Kinderdijk werd verplaatst.
MOLENS IN DE PEULEN
Daarnaast werden voor de gebieden die op de Giessen afwaterden in 1570 in Hardinxveld vijf boezemmolens gebouwd. Deze molens stonden rond de plek waar nu De Bron is gevestigd. Het gaat hierbij om een bergboezem, waar het af te voeren water tijdelijk werd opgeslagen en als het waterpeil in de rivier hiervoor een gunstige hoogte had alsnog kon worden geloosd. Hiervoor werden stukken land met rondom kades gemaakt waar het te eniger tijd af te voeren water tijdelijk kon worden ‘geborgen’. Ook werd een molenvliet aangelegd, tussen ‘de hoogendijk’ (nabij Steenenhoek) en de Sliedrechtse hoek, waardoor de vliet het hele Peulengebied omvatte.

OORLOG EN GEZAG
Op dat moment had ons land te kampen met de Tachtigjarige Oorlog. Uit de bij de bouw van de molens voorafgaande verklaringen door schout en schepenen van Hardinxveld blijkt dat ook, want er wordt gesproken van ‘in ’t begin der Nederlandse beroerten’. Men had in die tijd nadrukkelijk last van oorlogsvoeringen en doortrekkende legereenheden. Twee jaar later, in 1572, werd het klooster in Brandwijk in brand geschoten.
Hier komt nog bij dat de gezaghebbende heren van Hardinxveld wat moeite hadden met de molens op hun terrein, omdat dit ongewild toch kosten met zich meebracht.

HET WERKTE NIET
Al gauw bleek dat het geheel niet naar behoren functioneerde. Het rivierwater was telkens te hoog om een goede lozing te kunnen realiseren. De met grote regelmaat ontstane zandplaten in de rivier speelde hierbij ook een rol in negatieve zin, omdat daardoor de stroming van naar zee teruglopend water werd belemmerd. Daarom werd al tien jaar na de bouw, in 1580, besloten tot verkoop van de molens. Ze werden uiteindelijk gesloopt en de gronden waar de boezems waren gelegen werden in aansluiting op de directe omgeving percelen griendland.
OVERWAARD
Het valt hierbij op dat het gaat om de afwatering van de gebieden rondom de Giessen. Feitelijk grofweg dus de Overwaard. De thans in voorbereiding zijnde nieuwe uitwatering van dit Overwaardgebied is weer gepland in Hardinxveld, waar naast het mr. dr. G. Kolffgemaal een nieuw gemaal gaat komen, dat onafhankelijk van de
buitenwaterstand zal kunnen lozen. De gedachte om vanuit Gorcum een afwateringskanaal te graven wordt al in 1461 genoemd. Het werd uiteindelijk in 1818 gerealiseerd.


POLDERS
Dat Hardinxveld en Giessendam van oudsher uit poldergebieden bestaan is bekend. Het water werd via greppels en sloten afgevoerd naar molenvlieten, die het water naar elders brachten. Voor Boven-Hardinxveld was er de Molenvliet die net ten oosten van het Kanaal van Steenenhoek noordwaarts liep en waar van alle kanten via sloten het water in terechtkwam. In het westelijke deel van de nieuwbouw in Boven-Hardinxveld zijn hiervan nog meerdere restanten te zien. De afwatering van de pol-der Neder-Hardinxveld verliep via de sloten ook naar diezelfde Spindermolen. De vele op de Parallelweg aanwezige brugjes zijn hier nog stille getuigen van.
GIESSENDAM
Giessendam waterde buitendijks af op de Giessen en op een uitloper daarvan, die eindigt in de Karnemelksloot. Dit zijn nog overgebleven restanten van de oorspronkelijke rivierdelta.
Voor het binnendijks lopende gedeelte van Giessendam heeft de Tiendwegmolen een belangrijke taak. Vandaar wordt het water via een molenvliet doorgevoerd naar Bleskensgraaf om vervolgens in Kinderdijk op de rivier te worden geloosd.
Illustraties Archief Dick de Jong
Hedendaagse foto’s Evert van Lopik