Dick de Jong
De Alblasserwaard vormt een uitgestrekt veengebied dat tussen 1000 en 1260 is ontgonnen. De waterlozing ervan was geregeld met de aanleg van kaden en het graven van weteringen. Door de afvoer van water daalde de bodem flink en daardoor nam de wateroverlast toe. Het in de 13e eeuw opgerichte hoogheemraadschap liet in het oosten een dijk aanleggen en hield zich verder vooral bezig met het onderhoud van de buitendijk, de tot rivierdijken uitgegroeide kades van weleer.
De overlast door het binnenwater werd aangepakt met de aanleg van twee grote boezemwateren. Een boezem is een waterstelsel voor het tijdelijk opvangen van overtollig water dat op enig moment niet direct op het buitenwater kan worden afgevoerd.
In 1365 groef men de eerste grote boezem, genaamd het Achterwaterschap van de Overwaard. In 1371 volgde de aanleg van een soortgelijke boezem voor de Nederwaard. Beide boezems voeren het water naar het westen van de Alblasserwaard, bij Elshout, nu bekend onder de naam Kinderdijk. Hier wordt het water via twee sluizen op de Lek geloosd. Op drie kilometer daarvoor komen beide weteringen of boezems bij elkaar en lopen vandaar gebroederlijk naar de Lekdijk.