Dijkdoorbraken en wielen

Dijkdoorbraken en wielen

Dick de Jong
uit: reeks over de waterstaat in Hardinxveld-Giessendam

Tenminste 33 keer heeft de Alblasserwaard te lijden gehad van een overstroming. Vele malen meer was er sprake van een dreigende watersnood, maar had de bevolking geluk en hield de dijk het water tegen. De laatste keer dat deze dreiging echt serieus bleek, was in 1995. Alle inwoners van Boven-Hardinxveld moesten toen worden geƫvacueerd. De aanleiding was een heel hoge rivierwaterstand door een grote hoeveelheid smeltwater, dat als opperwater onder andere bij de Avelingen tegen de Nieuwe Wolpherensedijk bonkte.

Militairen brengen een ijsdam tot ontploffing
Op deze tekening van het Biesboschgebied zijn zalmsteken ingetekend, waaruit blijkt hoe groot die konden


Een overstroming had vaak ook een andere oorzaak, die het dorp door de ligging aan de Merwede tot risicofactor maakte. Zo konden zware stormen het water hoog opstuwen. Op die manier ontstond in 1385 de Wiel achter de Peulenstraat. Het water werd door een zuidwesterstorm in de hoek tussen Buitendams en de Peulenstraat geblazen, kon niet meer weg en veroorzaakte een dijkdoorbraak.

Andere veel vaker voorkomende oorzaken waren ijsdammen. Het smeltwater uit de Alpen voerde zand en grond mee, maar ook takken, stukken hout en meer ongerief. De rivier langs Hardinxveld was al eeuwen de werkplek van riviervissers uit dat dorp. Ze bevoeren de rivier van Woudrichem tot Hellevoetsluis. Talloze mannen uit vooral Boven-Hardinxveld trokken er voor een goede vangst op uit. En daarbij werd van alles bedacht om de vis te vangen. Een van de manieren was het neerzetten van zalmsteken. Vanaf de zijkant tot bijna het midden van de rivier werd een van wilgenhout gebreid hord neergezet. Haaks op de stroming.

Tekening waarop het Kromme Gat te zien is, evenals e in de rivier ontstane zandbanken.


Aan dat hord werden zijhorden geplaatst en daaraan hing men fuiken. De vissen die de rivier opzwommen werden gehinderd door de steek en begonnen erlangs te zwemmen om erom heen te komen. Uiteindelijk kwamen ze dan veelal terecht in een van de fuiken.
Na enkele jaren waren de steken versleten en maakte men nieuwe. Restanten van de oude bleven in de rivierbodem staan. Daarachter hoopten zich de aanstromende sedimenten op en zo vormden zich door steeds meer aangevoerd zand en grind zandbanken. Weer daarachter stapelde de takken en stukken hout zich op.
En als dan met de dooi ijsschotsen met het water werden meegevoerd, bleven die daarachter hangen. Dat konden ijsdammen worden van grote breedte en hoogte. De schotsen kwamen tegen en op elkaar te liggen en er was dan sprake van kruiend ijs. De daardoor ontstane dammen konden op hun beurt de doorstroming van het rivierwater naar de zee in de weg staan, waardoor het dijklichaam in de buurt de druk niet langer aankon en het begaf.

Op elkaar geschoven ijsschotsen vormen een ijsdam.
Wiel in Boven-Hardinxveld.


Tenslotte moet hier nog de oorzaak van door mensen uitgevoerde inundatie worden genoemd. Uit oogpunt van verdediging of juist oorlogvoering werden er in tijden van oorlog of anderszins nogal eens dijken doelbewust doorgestoken, om zo de vijand te verjagen.
Bij een dijkdoorbraak ontstaat vaak een wiel. Het water loopt met grote kracht over en door de dijk en voert hiermee een grote hoeveelheid modder, zand en grind mee naar het binnengebied. Dat kolkt door het ontstane gat naar beneden waarbij een diepe put ontstaat, een wiel. De wielen in Boven-Hardinxveld zijn op die manier ontstaan, in de 17e en de 18e eeuw. De meesten wielen konden worden binnen gedijkt, waarbij er op de plek van de oude dijk een nieuwe dijk werd aangelegd. Bij Het Kromme Gat was dat niet mogelijk en dijkte men de Wiel buiten

Deel op: